Borstvoeding en hiv: ruimte voor een geïnformeerde keuze
Onderdeel van HIV Talks. Voor en door hiv-zorgverleners.
Bekijk alle HIV Talks
“Ik heb borstvoeding geven als heel fijn ervaren en ik gun iedereen zo’n mooie ervaring”
-
Lindsey Klein
assistent locatiemanager kinderopvang
Borstvoeding en hiv: ruimte voor een geïnformeerde keuze
Met effectieve antiretrovirale therapie is het risico op hiv-transmissie via borstvoeding zeer klein.1 Dat vraagt om een andere benadering in de spreekkamer: niet langer automatisch afraden, maar samen zorgvuldig afwegen wat mogelijk is. In HIV Talks 13 bespreken internist-infectioloog en klinisch farmacoloog Wendy van der Wekken-Pas en ervaringsdeskundige Lindsey Klein wat dit betekent voor de klinische praktijk. Hun centrale boodschap: goede informatie en gezamenlijke besluitvorming zijn essentieel, zodat vrouwen een keuze kunnen maken die past bij hun situatie en wensen.
Het interview met Wendy van der Wekken en Lindsey Klein
20 minuten – video
Borstvoeding bij vrouwen met hiv werd vroeger vaak ontraden, maar de visie hierop is in afgelopen jaren veranderd. Bij vrouwen met een langdurig ondetecteerbare viral load, goede therapietrouw en adequate begeleiding, is het risico op overdracht via moedermelk zeer laag.
Van ‘niet doen’ naar gesprek op maat
Jarenlang was het advies duidelijk: vrouwen met hiv geven geen borstvoeding als er veilige alternatieven – zoals kunstvoeding – voorhanden zijn. Die boodschap kreeg ook Lindsey Klein te horen. “Eerst was mij natuurlijk altijd verteld: je hebt hiv, je mag geen borstvoeding geven.” Toen zij zwanger werd, vroeg ze zich echter af of dat advies nog wel actueel was. In overleg met haar behandelteam verkende ze de mogelijkheden. “Samen met mijn internist zijn we gaan kijken wat mogelijk was.”
Dat gesprek markeert een belangrijke verschuiving in de zorg: van een standaardverbod naar individuele afweging. Volgens Van der Wekken-Pas is die verandering mede ingegeven door nieuwe data. “We hebben gezien dat het transmissierisico onder 1% ligt, en in Nederland waarschijnlijk nog veel lager.1 Deze onderzoeken zijn gedaan in Sub-Sahara Afrika met grotere intervallen tussen de controles en minder robuuste medicatie dan wij nu voorhanden hebben.” Doordat het risico op transmissie lager blijkt, komt er meer nadruk te liggen op alle positieve effecten van borstvoeding. Dit heeft ertoe geleid dat huidige richtlijnen ruimte bieden voor borstvoeding onder bepaalde voorwaarden.
Voorwaarden voor borstvoeding
De huidige Nederlandse en Europese richtlijnen stellen dat borstvoeding mogelijk is wanneer aan een aantal voorwaarden wordt voldaan:2-5
- langdurig ondetecteerbare viral load
- goede therapietrouw
- regelmatige controles en monitoring (elke maand)
- exclusieve borstvoeding (geen combinatie met kunstvoeding of vaste voeding)
Daarnaast zijn er volgens Van der Wekken-Pas situaties waarin extra voorzichtigheid nodig is, zoals bij mastitis, tepelkloven, borstontsteking, spruw of diarree bij het kind, of als de moeder diarree heeft. In zulke gevallen kan tijdelijk stoppen of intensievere monitoring nodig zijn. Het is belangrijk om te beseffen dat een deel van deze voorzichtigheid gebaseerd is op oudere studies, uit een tijd waarin antiretrovirale therapie nog niet standaard was en deelneemsters veelal hoge viral loads hadden. Er zijn geen recente studieresultaten. Van der Wekken-Pas: “We weten daarom niet zeker of die risicoverhogende factoren nog gelden in de context van een onderdrukte viral load.”
U=U geldt (nog) niet voor borstvoeding
Een belangrijk aandachtspunt in de counseling is dat het principe U=U (undetectable = untransmittable) niet één-op-één kan worden toegepast op borstvoeding. “Helaas kunnen we dat nog niet helemaal zeggen voor borstvoeding”, legt Van der Wekken-Pas uit. “Er zijn namelijk enkele gevallen beschreven waarbij kinderen toch hiv bleken te hebben na een borstvoedingsperiode, hoewel de moeder ogenschijnlijk goed werd behandeld.6 In de studies was het vaak onduidelijk wat er precies gebeurde in de periode tussen metingen. “Er zaten best lange intervallen tussen de metingen, soms wel drie of zes maanden.” Voor behandelaren betekent dit: eerlijk zijn over de onzekerheid, zonder het risico te overschatten. “Het risico is zo laag in onze setting, dat we wel dichtbij U=U zitten.”
De praktijk: intensieve begeleiding en monitoring
Het traject van Lindsey laat zien hoe borstvoeding in de praktijk vorm kan krijgen. Zij kreeg uitgebreide begeleiding en werd samen met haar kind maandelijks gecontroleerd.
“Elke maand werd ik geprikt, elke maand werd mijn zoontje geprikt.” Na zes maanden exclusieve borstvoeding volgden nog controles na het stoppen. Ook toen bleven de testen negatief. Deze intensieve monitoring is essentieel om borstvoeding veilig te laten verlopen. Het vraagt om goede samenwerking tussen internist, kinderarts en lactatiekundige.
Ervaringen van vrouwen: gemiste kansen en behoefte aan keuzevrijheid
Niet alle vrouwen krijgen deze ruimte. Lindsey hoort in haar rol als ervaringsdeskundige bij de Hiv Vereniging dat veel vrouwen uiteindelijk afzien van borstvoeding, vaak omdat hun behandelaar terughoudend is. “Ze kiezen ervoor om geen borstvoeding te geven, omdat hun arts er niet helemaal achter staat. Achteraf vinden ze dat jammer.”
Dat kan leiden tot spijt en gevoelens van gemis. Voor Lindsey is het daarom belangrijk dat vrouwen zelf kunnen kiezen. “Ik heb het als heel fijn ervaren en ik gun iedereen zo’n mooie ervaring.” Van der Wekken-Pas: “Gezien het kleine risico op transmissie, verschuift ons primaire doel van ‘niet schaden’ naar een ander belangrijk doel: het respecteren van de autonomie van de patiënt.”
Medicatie en veiligheid voor het kind
Een veelgehoorde zorg is de blootstelling van het kind aan antiretrovirale medicatie via de moedermelk. Onderzoek laat echter een geruststellend beeld zien.7-9 “Er wordt altijd een grenswaarde aangehouden van 10% als relatieve kinddosis. Alle middelen die vandaag de dag worden gebruikt zitten daar ruim onder. We zien zeer zelden toxiciteit.” Dit ondersteunt de veiligheid van borstvoeding in combinatie met moderne hiv-behandeling.
Exclusief voeden: waarom zo strikt?
Het advies om exclusief borstvoeding te geven is gebaseerd op oudere studies waarin gemengde voeding, dus flesvoeding, maar vooral vroege introductie van vast voedsel, gepaard ging met een hoger transmissierisico.10 Ook hier geldt dat deze gegevens stammen uit een tijd zonder optimale behandeling. “Hoe die risicoverhoging nu is, waarin iedereen standaard wordt behandeld en regelmatig wordt gemonitord, weten we niet zeker, dus blijft voorzichtigheid geboden”, zegt Van der Wekken-Pas. In sommige situaties kan tijdelijk aanvullen met kunstvoeding wel worden overwogen, bijvoorbeeld in het begin wanneer de borstvoeding nog onvoldoende op gang is gekomen om het kindje voldoende gevoed te houden of tijdens afbouwen.
Duur van borstvoeding
De richtlijnen adviseren om borstvoeding te beperken tot zes maanden. Daarna lijkt het risico op transmissie toe te nemen, zoals blijkt uit de PROMISE Trial, hoewel het absolute risico laag blijft.1 Lindsey: “Ik heb langer borstvoeding gegeven. Mij is geadviseerd om mijn eigen melk te pasteuriseren.” Het advies om vast voedsel te introduceren is in ieder geval pas vanaf zes maanden. Tegelijkertijd vinden de belangrijkste voordelen van borstvoeding, zoals immunologische bescherming en binding, vooral in de eerste maanden plaats.
De rol van de zorgverlener: van adviseren naar begeleiden
Een van de belangrijkste boodschappen uit het gesprek is de rol van de zorgverlener. Die verschuift van het geven van eenzijdige adviezen naar het begeleiden van patiënten in gezamenlijke besluitvorming. Van der Wekken-Pas benadrukt het belang van goede voorbereiding binnen het behandelteam. “Wie bespreekt wat op welk moment in de zwangerschap.” Daarnaast is het cruciaal om het gesprek vroeg in de zwangerschap te starten en aan te sluiten bij de wensen en kennis van de patiënt. “Iemand die onderdrukte viral load heeft en goed de medicatie inneemt kunnen we borstvoeding aanbieden. Ga het gesprek open met iemand aan en zorg dat binnen het behandelteam alle neuzen dezelfde kant op staan.” Ook contextfactoren spelen een rol, zoals steun vanuit de omgeving en openheid over de hiv-status.
Gelijkwaardigheid en respect
Voor Lindsey is de manier waarop het gesprek wordt gevoerd minstens zo belangrijk als de inhoud. “Dat de hiv-zorgverlener echt openstaat om samen het idee van borstvoeding te gaan bespreken.” Ze benadrukt dat vrouwen zich geaccepteerd en gehoord moeten voelen. “Het allerbelangrijkste is dat je je gesteund voelt en dat je niet anders wordt behandeld.”
Deze boodschap raakt aan een bredere beweging binnen de hiv-zorg: het verminderen van stigma en het versterken van autonomie.
Conclusie
De inzichten rond borstvoeding bij hiv zijn in beweging. Waar het vroeger een duidelijke contra-indicatie was, is er nu ruimte voor een gepersonaliseerde benadering. Dat vraagt om actuele kennis, open communicatie en multidisciplinaire samenwerking. Zoals Van der Wekken-Pas het samenvat: “Het risico is laag, dus kijk ook naar andere factoren die je meeweegt.” En zoals Lindsey aangeeft: “Ik gun iedereen dat ze zelf die keuze kunnen maken.”
- U=U geldt (nog) niet volledig voor borstvoeding
- Borstvoeding kan onder voorwaarden veilig plaatsvinden
- Het transmissierisico bij goed behandelde hiv is zeer laag (<1%)
- Counseling moet ruimte bieden voor persoonlijke voorkeuren
- Niet aanbieden van de optie kan leiden tot spijt en psychosociale belasting
- Exclusieve borstvoeding en intensieve monitoring zijn essentieel
- Goede samenwerking binnen het behandelteam is cruciaal
Over de sprekers
Wil je zelf informatie delen, of heb je behoefte aan informatie over een bepaald onderwerp?
Neem dan contact op met Esther Koekkoek en bespreek de mogelijkheden!
More HIV Talks
Hiv-medicatie en gewichtstoename
Wat artsen moeten weten over TAF & TDF
- Flynn PM, et al. J Acquir Immune Defic Syndr 2018;77:383-92.
- Richtlijnen HIV. Beschikbaar via https://richtlijnhiv.nvhb.nl/index.php/Preventie_van_moeder-kind_overdracht:_zwangerschap,_bevalling_en_neonatale_periode – geraadpleegd 17 maart 2026
- Panel on Treatment of HIV During Pregnancy and Prevention of Perinatal Transmission. Beschikbaar via https://clinicalinfo.hiv.gov/en/guidelines/perinatal – geraadpleegd 17 maart 2026
- EACS guidelines pregnancy and hiv. Beschikbaar via https://eacs.sanfordguide.com/en/eacs-hiv/art/eacs-pregnancy-and-hiv – geraadpleegd 17 maart 2026
- EASC guidelines postnatal prophylaxis and infant feeding. Beschikbaar via https://eacs.sanfordguide.com/en/eacs-hiv/paediatric-hiv-treatment/eacs-general-principles-of-postnatal-prophylaxis-and-infant-feeding – geraadpleegd 17 maart 2026
- Waitt C, et al. Lancet HIV 2018;5:e531-6.
- Van der Wekken-Pas LC, et al. J Antimicrob Chemother 2026;81:dkag022.
- Van der Wekken-Pas L, et al. Br J Clin Pharmacol 2026;92:952-9.
- Aebi-Popp K, et al. J Antimicrob Chemother 2022;77:3436-42.
- Becquet R, et al. PLoS One 2009;4:e7397.

